Over ons

Sporten zonder chemische bestrijdingsmiddelen
Voor het beheer van sportvelden in de buitenruimte mogen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Dit geldt voor natuurgrasvelden, maar ook voor sommige andere sportvloeren, zoals kunstgras en gravel.

Beheerders van sportvelden mogen deze middelen inzetten ter voorkoming van ziektes, plagen en onkruid die een negatief effect kunnen hebben op de speelkwaliteit van het sportveld.

Het gebruik van dit soort middelen is echter niet zonder gevaar. Om risico’s voor mens, dier en milieu te verminderen, stelt de overheid regels voor het gebruik.

Een belangrijk uitgangspunt voor beheerders is dat deze middelen alleen maar mogen worden ingezet als andere (niet-chemische) maatregelen onvoldoende effect hebben gesorteerd. Deze wijze van werken wordt geïntegreerde gewasbescherming genoemd. In de sportsector worden bestrijdingsmiddelen over het algemeen sporadisch en verantwoord gebruikt, maar de sportsector zet hoger in.

Die wil namelijk niet dat deze negatieve perceptie met sport wordt geassocieerd en zet daarom collectief de schouders onder de uitdaging.

De maatschappelijke zorg over het gebruik van bestrijdingsmiddelen groeit. Er is geen wetenschappelijke consensus over de precieze consequenties voor mens en milieu op de lange en korte termijn. Met de Europese richtlijnen in de hand zetten nationale overheden in op het verminderen van gebruik en - waar mogelijk - uitfasering.

Voor het beheer van het openbare groen geldt sinds 1 november 2017 een verbod op gebruik. Sport is een van de sectoren die een tijdelijke uitzondering heeft gekregen op voorwaarde dat de sector vrijwillig werk maakt van pesticidevrij beheer. Deze uitzondering geldt tot en met 2020.